 |
|
Organisaties |
|
|
Historie van Katwijk |
|
- |
|
Algemeen
De gemeente ontstond in de jaren zeventig van de zestiende eeuw als
opvolger van de Katholieke kerk en werd de Nederduitsch Gereformeerde gemeente
genoemd. Vanaf circa 1814 - 1816 veranderde de naam in Hervormde Gemeente.
De gemeente viel onder de classis Leiden.
Dominees
Tot 1598 werd Katwijk aan Zee bedient door de dominee van Katwijk aan
de Rijn. Vanaf 1599 kreeg Katwijk aan Zee een eigen dominee. Het recht
de dominee te benoemen (collatie- of presentatierecht) was formeel nog
in handen van de Duitse orde, maar werd in de praktijk door de kerkeraad
uitgevoerd. Vanaf 1674 kreeg de ambachtsheer dit recht van de Duitse orde.
Met een korte onderbreking van 1798 - 1814 werd dit voortgezet tot 1850,
toen de Baron van Wassenaer van Catwijck dit verkocht aan de gemeente.
Na 1862 waren er twee predikanten, vanaf 1913 drie, vanaf 1945 vier en
vanaf 1946 vijf.
Kerkvoogden en Kerkmeesters:
de financiëen
De kerkmeesters en na 1828 de kerkvoogden waren verantwoordelijk voor
de financiëen, de zogenaamde kerkfabriek. Zij moesten verantwoording
afleggen tegenover de ambachtsheer (niet tegenover de kerkeraad) en werden
ook door hem benoemd . Na 1820 werden de kerkmeesters/kerkvoogden gecontroleerd
door het college van notabelen en na 1825 door hen benoemd. De notabelen
worden door de gemeenteleden gekozen. Ook na de Kerkorde van 1951 zijn
de kerkvoogden geen lid van de kerkeraad (een "niet aangepaste gemeente").
Kerkeraad
De kerkeraad heeft de leiding van de gemeente (behalve over de financiëen)
en bestaat uit predikant, ouderlingen en diakenen. De ouderlingen en diakenen
werden eerst gekozen door de gemeente en na 1621 door de kerkeraad. De
gemeente kan iedere 10 jaar kiezen voor benoeming door de kerkeraad of
door een kiescollege. Van 1914 tot 1951 is gekozen voor de kerkeraad.
Na 1914 bestaat er een :
Bijzondere kerkeraad, voor de geestelijke zaken. Deze bestond uit de predikanten
en ouderlingen.
Algemene kerkeraad, voor de algemeen-kerkelijke zaken. Deze bestond uit
de predikanten, ouderlingen en diakenen.
De kerkeraad bestond uit :
16e eeuw : predikant, 2 ouderlingen, 2 diakenen
17e eeuw - 1914 : 1 of 2 predikanten, 4 ouderlingen, 4 diakenen
na 1914 : 3, 4 of 5 predikanten, 5 ouderlingen, 5 diakenen
Diakonie
De diakonie was verantwoordelijk voor ondersteuning van armen, echter
alleen van de leden van de kerk. Voor 1621 legde zij verantwoording af
aan de gemeente(leden), door wie zij werden gekozen en na 1621 aan de kerkeraad.
Diakonale zaken (van het diakoniearmbestuur) werden in de praktijk behandeld
door de gehele kerkeraad. In 1914 werd een college van diakenen ingesteld,
dat zelfstandig kan handelen.
Oude kerk
Tot de reformatie : zie de Rooms-katholieke kerk
Na de verwoesting rond 1571 werd waarschijnlijk eerst in Katwijk aan de
Rijn gekerkt. Vermoedelijk tussen 1580 en 1590 werd de zuidelijke helft
van het schip herbouwd.
In 1709 werd de kerk uitgebreidt met de noordelijk helft van het schip.
Tot 1791 werd begraven in en rond de kerk. In 1791 werd een nieuwe begraafplaats
ingericht ten oosten van het dorp.
In het begin van de 19e eeuw werd de kerktoren eigendom van de gemeente
Katwijk.
In 1836 werd de spitse toren door een storm vernield en werd vervangen
door een achtkantige koepel.
In 1887 werd de Nieuwe Kerk in gebruik genomen en werd de Oude Kerk in
1890 verkocht aan de rederij Katwijk, die het gebouw als rederijschuur
gebruikte. Na aandringen van kunstschilders en Katwijkse burgers werd een
30 à 40 jarig onderhoud bedongen.
In 1921-1924, na de beëindiging van de rederij, werd de kerk weer
teruggekocht en herbouwd op vrijwel de oudste grondslagen. Alleen het koor
is iets kleiner vanwege de direct daar achter gelegen bebouwing. Om een
doorloop te krijgen werden poortjes in de steunberen gemaakt. De nog middeleeuwse
delen zijn het muurwerk van toren, schip, zuiderdwarspand en doopkamer
en het fundament van zuiderdwarspand en koor.
In 1942 werd de kerktoren tot aan aan het dak afgebroken omdat de kerk
in de Atlantic wal lag. Alle bebouwing, die dicht rond de kerk stond, werd
afgebroken.
In circa 1952 werd de toren weer hersteld.
Kerk meubilair
De preekstoel met hieraan een koper doopbekken werd bij het sluiten van
de kerk in 1886 verkocht aan de kerk van Princenhage, waar het in 1975
nog aanwezig was. Deze preekstoel stond tegen de zuidmuur.
Twee houten borden, met de Tien geboden en de twaalf artikelen des geloofs,
werden gemaakt tussen 1611 en 1743.
De grote luidklok dateerd uit 1594, gegoten door Willem van Wegewaert te
Deventer en had een doorsnede van 120 cm.
Een klein klokje werd in 1706 geplaatst. Het opschift is de datum en "Waakt
en rust toe, gij die op God vertrouwt". Het werd gebruikt bij de visafslag
en als het mistig was.
Een uurwerk met twee klokken was in 1770 aanwezig.
Een harpspelende David verhuisde in 1887 naar de Nieuwe Kerk, waar het
nu aan de preekstoel zit.
Een orgel werd in 1869 gekocht van de doopsgezinde gemeente te Utrecht.
Na het sluiten van de kerk in 1887 werd het verkocht aan de Gereformeerde
kerk in Katwijk aan Zee, waar het nu nog aanwezig is.
Een carillon werd geplaatst in 1958.
Nieuwe Kerk
 |
In 1885 - 1887 werd de Nieuwe Kerk gebouwd aan de Voorstraat, naar
een ontwerp van H.J. Jesse. De kerk heeft 1500 zitplaatsen
|
Gegevens afkomstig uit :
L. Hovey, Inleiding van de inventaris van de Archieven van de Nederlands
Hervormde gemeente te Katwijk aan Zee, in : Inventarissen van de Archieven
in bewaring gegeven bij de gemeente Katwijk, Katwijk, 1984, pag. 71- 84(grootste
deel van de tekst)