
| 1950 | 1951 | 1952 | 1953 | 1954 | 1955 | 1956 | 1957 | 1958 | 1959 |
| geen kamp | foto's | foto's | foto's | geen kamp | |||||
| Vogelenzang | Maarn | Hilversum | Hilversum | Groenekan | Maarsbergen | Leersum | Amersfoort |
Vogelenzang, Teylingerbosch, 12 mei - 16 mei (Pinksteren)
Hordes: Dorus Rijkers, Juliana, Abel Tasman
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela
Cis de Jong, Akela Leun van der Bent
Leiding o.a: Raksja Corry Haasnoot, Baloe
van Meenen, Gerard e.a.Raksja Corry Haasnoot, Baloe van Meenen, Gerard
e.a.
60 deelnemers. Dorus Rijkers 11 deelnemers, o.a. Dick van Duyn, Sam Dubbeldam, Henk Schaart
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
Ik was in februari al naar Vogelenzang
geweest om alles te bespreken, want onze keuze was dit jaar op Huize “Teylingerbosch”
gevallen, omdat het daar erg mooi is, je de ruimte hebt en omdat in verband
met de vervoerskosten de afstand niet zo groot is.
De jongens waren in januari al beginnen
te sparen, maar de meesten hadden nog niet erg veel bij elkaar, toen we
hen vertelden, dat de kampkosten kwamen op fl15, - Gevolg was, dat lang
niet alle jongens mee mochten, zodat we toen de tijd daar was 11 jongens
in onze horde hadden, die mee mochten. Er was nog een twaalfde, maar die
werd ziek.
Zaterdag 12 mei. En zo was
het eindelijk zaterdag 12 mei. De jongens hadden maandags al hun geld en
donderdag zakgeld,
broodbelegging en wat lekkers bij Corry
en mij ingeleverd, dus dat was in orde. De jongens stonden al te popelen
op de Boulevard met hun vaders en moeders, maar door een fout van de dochter
van de autoverhuurder kwamen we een half uur te laat om ze op te halen.
Dank zij de hulp van Schipper Vink en stuurman Pluimgraaff was de bagage
in no time ingeladen en konden we vertrekken. De stemming was opperbest
en na ongeveer 3 kwartier waren we in ons kamp aangeland.
Voor ons Akela’s was dit kamp in zover
gemakkelijker, omdat we niet hoefden te koken, iets dat nog nooit was gebeurd.
Dus konden we ons meer met de jongens bemoeien. Na het inruimen van de
grote zolder als slaapzaal volgde de officiële opening van ons kamp
bij de vlaggenmast. Het was inmiddels tijd geworden voor een boterham.
Na het eten zijn we een verkenningstocht gaan maken, die heel erg bij de
jongens in de smaak viel. Het gebied waar we in liepen was een groot bos
met uitgestrekt duinterrein van de Waterleiding.
Vlak bij het huis zag je konijntjes en
aan de waterkant zaten eenden te broeden. Vertier genoeg, want ook voor
slecht weer waren er verschillende attracties, zoals sjoelbak en voetbalspel.
Toen we terugkeerden van de verkenningstocht
door het bos, was het onmiddellijk naar boven en naar bed. Eerst wassen
en tandenpoetsen. Het was een oorverdovend lawaai, maar uiteindelijk lag
alles in bed. Er was eerst nog wat geruzie, wie beneden en wie boven, maar
de belofte, dat elk om de beurt mocht kalmeerde meteen de gemoederen. We
zijn eerst de zaak flink gaan verduisteren en hebben daarna nog een stuk
voorgelezen. Vervolgens slapen, dat duurde geruime tijd, maar het is ons
dankzij de hulp van de Heer Lurees, beheerder van het kamp en die leuke
meneer, oftewel Gerard gelukt om het zowel ’s avonds als ’s morgens
lang stil tehouden.

Zondagsmorgens na het ontbijt en het vlaghijsen
gingen we gezamenlijk naar de kerk, die bij onze aankomst stampvol bleek
te zijn. We kregen evenwel allemaal nog een plaatsje in de kerk, meestal
wel op de grond, maar het ging. Op het eind van de dienst waren er verscheidene
dames, die een welp op schoot hadden. De dienst zelf was goed en de jongens
hebben zich voorbeeldig gedragen.
Na de chocola in het huis mochten de jongens
een poosje ravotten en hebben wij onze vermoeide ledematen gekoesterd in
de laatste zonnestralen. Het eten liet ons geweldig smaken en bestond uit
een stukje rosbief, aardappelen, andijvie, vleesjus en pudding toe. Er
werd geweldig gegeten.
Gelukkig konden ze na dit karwei + afwascorvee
wat uitblazen in of liever op hun bedden, waarbij ik een boek over een
voetbal ben begonnen voor te lezen. Na de thee zijn we een grote wandeling
gaan maken en bij terugkomst mochten ze een poosje met de bal. Na de boterham
vermaakten ze zich met allerlei spelletjes en om half 9 ging de zaak naar
boven.
Deze avond was het vroeger stil dan de
vorige, nadat er 2 welpen van de Julianahorde in quarantaine waren geweest.
Die nacht viel er een welp van 2 hoog met een klap naar beneden. Wij schrokken
ons naar, maar na hem met vereende krachten weer in bed te hebben gehesen
en een pepermuntje in zijn mond gestopt, sliep hij rustig door en kon zich
zelfs ’s morgens nauwelijks er iets van herinneren.
De 2e Pinksterdag heeft de zon ons helemaal
in de steek gelaten. Het was gewoon koud buiten. We zijn evenwel zoveel
mogelijk naar buiten geweest, want onder de bomen heb je niet zoveel last
van regen en wind. ’s Middags hebben we een partij handbal gespeeld met
een groep van de Duinoordkerk uit Den Haag. Er was een zeer sportieve dominee
die meedeed en erg veel schik had in Dick van Duyn, die in onvervalst Katwijks
zijn mening gaf over het spel. Toen de dominee volgens hem “gemien”
deed, gaf dat aanleiding tot grote vrolijkheid.
Toen de andere gasten van het huis weg
gingen, waren wij heer en meester van boven tot beneden, wat zowel voor
de jongens als voor ons heerlijk was, daar we nu apart konden eten.
Dinsdagmorgen was er een welp zo leuk om
een klein vlaggetje in de mast te hijsen, zodat we de vlag niet meer omhoog
konden krijgen. Er zat niets anders op, of de paal moest naar beneden wat
dan ook gebeurde door Chris en Schipper Vink, die een dagje te gast kwam.
De laatste middag hebben we spoor gezocht,
waarbij Baloe van Meenen voor boef speelde. Het werd erg spannend.
Die avond was het kampvuur. Vanwege de
kou moest het binnen. Er waren enorme recreaties, die zo nu en dan een
beetje te echt werden. Er was zelfs een welp, die van een medebroeder met
een stuk van een speelgoedpistool zo’n tik op zijn hoofd kreeg, dat het
bloed er uit kwam.
Onze trouwe Gerard heeft nog even buiten
een kampvuur aangelegd, zodat we ook daar omheen nog een rondedans hebben
gedaan en toen kwamen de verhalen los. In het Katwijks. Het was een waardig
besluit.
Jammer dat onze Raksja al weg ging, want
die moest de volgende dag weer werken.
Woensdag. De volgende morgen
was het vroeg opstaan om alles op tijd klaar te krijgen. We hadden twee
zieken: Sam Dubbeldam en Henk Schaart. Henk hebben we zelfs bijna twee
dagen in bed moeten houden wegens bronchitis, maar hij lag in een zaal
apart, waar we Sam ook maar te slapen legden, omdat die zo vreselijk hoestte.
De jongens waren enig voor de zieke en ze vochten wie hem eten mocht brengen
en hij heeft zich zodoende nogal kunnen schikken.
De bus kwam weldra voorrijden en
toen was het tijd om afscheid te nemen.Om ongeveer half twaalf kwamen we
zonder mankeren Katwijk binnen. De chauffeur was reuze leuk, doordat hij
overal stopte waar we vroegen. We waren erg dankbaar, dat de hele zaak
zonder ongelukken was afgelopen, want ’t is maar een heel stel, zo’n
60 jongens, die nu niet bepaald van het rustigste soort zijn.
We waren het er allemaal over eens, dat
het kamp 1951 reuze geslaagd is.
Maarn,
juni (Pinksteren)
Hordes: Dorus Rijkers, Juliana, Abel Tasman,
Bestevaer
Teamleiders o.a: Akela Ans Voortman, Akela
Cis de Jong
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
Zo’n welpenkamp valt altijd in verschillende
delen uiteen. Daar is dan allereerst het uitdelen van wat ze allemaal in
moeten leveren en aan bagage meenemen, dan de inlevering zelf en het sorteren
ervan. Dan het vervoermiddel, dat alvorens met de kostbare lading te vertrekken
bij de respectievelijke Akela’s alle extra bagage komt ophalen en dan eindelijk
het vertrek. We zouden eerst met de auto van de fa. Ouwehand gaan, maar
de vergunning bleek niet op tijd binnen te zijn.
Enfin we reden dan uiteindelijk vorstelijk
geïnstalleerd in 2 bussen. De start was niet precies op tijd, daar
ze Raksja vergeten hadden op te halen en daarna nog misreden. Ze kwam uiteindelijk
aangestapt met broodtrommel en pan onder haar arm en zo kon de grote tocht
een aanvang nemen. We hadden ruim 2 uur werk voor we Maarn bereikten. De
2e bus kreeg vlak voor het eindpunt nog een verstopte benzineleiding. Het
was zo wel erg laat voor we goed en wel met 4 horden waren geïnstalleerd.
Die avond maakten we nog een wandelingetje
om de omtrek een beetje te verkennen en toen ging het stel om 9 uur luid
krijsend naar bed.
Het duurde zoals altijd erg lang, voor
het stil werd. Maar nadat we een schrikbewind hadden ingevoerd, vooral
ook ’s morgens toen de jongens zich al om 5 uur meldden, ging het verder
wel. Na twee nachten zijn ze zo moe, dat ze zelf graag willen slapen.
De zondag zette in met gietbuien. We hebben
gezamenlijk een korte morgendienst gehouden op de deel en na de chocola
een wandelingetje gemaakt in de buurt. Spoedig was het etenstijd en het
weer knapte gelukkig ook wat op. Het eten smakte voortreffelijk en bestond
uit: andijvie, aardappels,bal gehakt, custardvla en er was zo’n flinke
portie, dat we ’s avonds nog een warme hap overhielden.
’s Middags na het rust uur hebben we met
de horde van Cis een boswandeling gemaakt. Cis was erg moe en is lekker
thuis blijven rusten.
We ontdekten een meertje in het bos, waar
we eigenlijk niet mochten zijn, maar we hebben daar heerlijk gezeten in
het zonnetje.
’s Avonds zijn we een poosje bij de boswachter
geweest, waar we ons vermaakten met de wereldse klanken uit een pick-up.
We gingen zodoende laat naar bed, maar het was leuk.
De volgende dag stond in het teken van
het spoor, dat we zouden leggen. ’s Morgens hebben de jongens zich vermaakt
met wandelen en voetballen. Het spoorzoeken vonden ze erg leuk. Zo hier
en daar was wat lekkers verstopt en ook moesten er enige opdrachten worden
uitgevoerd en aan het eind van het spoor was een kostbaar gewaad verstopt
door rovers.
Het hele spoor stond in het teken van
een verhaal. ’s Avonds goot het weer, zodat we maar een beetje bij huis
bleven.Zo vlogen de dagen voorbij.
De dinsdag zijn we ’s morgens om 11 uur
gestart naar de Piramide van Austerlitz, waar we ons kostelijk hebben geamuseerd,
want er waren zo goed als geen andere bezoekers. De autootjes hadden zoals
gewoonlijk de meeste aftrek. Ook zijn we de Piramide weer opgeklommen.
Om 6 uur ’s avonds waren we weer zonder
ongelukken op de boerderij. De warme maaltijd smaakte dubbel lekker.
Woensdagmorgen hebben we niet anders gedaan
dan opruimen en afrekenen. Om half 3 kwamen de bussen aan en tegen zessen
waren we thuis. Zonder ongelukken en daar waren we nog het meest blij om.
Hilversum, 18 – 21 mei (Pinksteren)
Hordes: Dorus Rijkers, Juliana, Abel Tasman,
Bestevaer
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela
Nel Vöge
Leiding: o.a. Raksja Corry Haasnoot
46 deelnemers: 16 Dorus Rijkers, 8 Juliana, 12 Abel Tasman, 10 Bestevaerhorde
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
Het Pinksterkamp van dit jaar is het gezelligste kamp geworden, dat we tot dusver hebben gehouden.
Zaterdag. Het begin was niet
erg moedgevend, daar de bus maar liefst 2 uur te laat kwam, zodat we pas
om 11 uur startten. De tocht was mooi, vooral het gedeelte tussen de plassen
door van Vinkeveen en Kortenhoef. De Hilversummers stonden ook al hete
kolen d.w.z. op hete trottoirs, daar de zon brandde. Alles wat we gedaan
hadden om hen te bereiken en te vertellen, dat we buiten onze schuld vertraging
hadden, d.w.z. door het sturen van een telegram wat ook was mislukt, daar
de Hilversumse Akela niet thuis was en het huis leeg.
Enfin, om half twee hadden we ons dan
zo goed het kon geïnstalleerd. Het troephuis was erg gezellig. We
hadden zelfs een douche, wat ideaal was met die warmte. De zaterdag hebben
we besteed met het maken van verkenningstochten en hebben we Raksja van
de bus gehaald, die pas tegen de avond kwam en ’s avonds een bezoek gebracht
aan Akela Leun en Lydia en Jantie, die ongeveer een half uur lopen bij
ons vandaan zaten.
Zondagmorgen hield de heer Vöge een kampdienst, hagenpreek zeiden de jongens. Er was goede aandacht en we konden fijn zingen daar Akela Vöge ook boekjes had meegebracht. De zondag hebben we verder rustig doorgebracht. Het was warm en stralend zomerweer.
Op maandag zijn we naar de speeltuin Hollandse
Rading geweest, die lang niet zo groot en uitgebreid is als de speeltuin
van Austerlitz, maar waar de jongens zich toch kostelijk hebben vermaakt.
Het was jammer, dat Raksja al weer was gegaan ’s morgens.
’s Avonds hebben we met alle hordes een
binnenkampvuur gehouden, omdat het buiten wegens grote droogte niet mocht.
De maaltijden waren meer dan prima. Alle hulde aan de Hilversumse Centrale
Keuken!

Dinsdag. De laatste dag
hebben de jongens ’s morgens een spel gehad tussen cowboys en indianen.
Er waren keurige kostuums bij. Jammer, dat het feest een paar uur moest
worden uitgesteld, wegens plotseling onweer. Het mooie weer was opeens
afgelopen.
’s Middags hebben we alles opgeruimd en
ingepakt en om ongeveer 5 uur kwam de auto, die nu nog kleiner was dan
bij de heenreis, ons ophalen. We waren om ongeveer 7 uur weer in Katwijk,
waar veel ouders al stonden te wachten.
We zijn dit jaar met totaal 46 jongens
uitgeweest:
8 uit de Julianahorde
12 uit de Abel Tasmanhorde
10 uit de Bestevaerhorde
16 uit de Dorus Rijkershorde.
We hebben wel tegen elkaar gezegd, dat
het toch eigenlijk de bedoeling is van een kamp is, dat alle jongens meegaan.
We zullen daar een volgend jaar eens terdege over praten, want 46 van de
96 is toch wel een beetje weinig.
Bilthoven, 5 – 9 juni (Pinksteren)
Hordes: Hordes: Dorus Rijkers, Juliana,
Abel Tasman, Bestevaer
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela
Leun van der Bent
Leiding: Schipper Vöge, Raksja Lydia,
Raksja Dietje, Raksja van Rijn, Raksja Kalsbeek
49 deelnemers. Dorus Rijkers o.a.: Nico, Jan Schuitemaker, Jaap Bergman, Hans Vöge, Jackie v. Duyvenbode, Jan de Lange
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
Zaterdag 5 juni reden we om 2 uur de Voorstraat
uit. Het was stralend mooi weer, een echte zomerse warmte, maar onderweg
zagen we al, dat er ander weer op til was. Na een voorspoedige reis kwamen
we op de plaats van bestemming aan, waar we begonnen ons kamp in te richten.
Nico liet zijn postduif terugvliegen en
we hoorden, dat die binnen anderhalf uur weer in Katwijk was.
De avond hebben we besteed met het maken
van een grote wandeling door het bos. We gingen op de juiste tijd het bospad
in, want de konijnen en hazen kwamen net uit hun dagverblijf te voorschijn.
Het was enig.
Die nacht goot het en de volgende morgen
regende het nog, zodat we de kampdienst binnen hielden. ’s Middags hebben
we spoor gezocht, wat erg spannend was door een boze onaangename boswachter,
die Akela Leun en Raksja Lydia erg onheus toesprak.
’s Avonds hebben de jongens de vent van
stro gemaakt en kapot gescheurd.
De
2e Pinksterdag was het weer veel beter en hebben we een ridderspel gespeeld
in het bos, waarbij Bagheera de ridder was, die de schone jonkvrouw Raksja
Dietje moest ontvoeren. ’s Avonds vierden we de bruiloft.
De volgende dag zijn we ’s morgens modellen
wezen maken naar een opdracht in het bos. Sneeuwwitje en de 7 dwergen,
een dorp enz., wat ontzettend leuk is geworden.
’s Middags hebben we ons vermaakt in de
speeltuin van de Biltse Duinen. Jammer dat het bijna doorlopend regende.
Zo zijn de dagen omgevlogen, want de volgende
morgen, woensdag de 9e zijn we al weer teruggegaan naar Katwijk.
Dit was het eerste kamp, waarbij we geen
dokter hebben nodig gehad. De ligging was ideaal, de boer een ruimdenkende
jonge vent. De natuur heel mooi, kortom een kampgelegenheid om het volgende
jaar weer naar toe te gaan, te meer daar we nog lang niet zijn uitgekeken
op de omgeving.
De nachten waren dankzij het optreden
van schipper Vöge heel rustig. Zelfs de eerste nacht was het om 11
uur stil.
De financiën zijn dank zij het voordelige
vervoer met de bus zo voordelig geweest, dat we de jongens f1,75 terug
konden geven.
We hadden te weinig assistentie. Dit moet
een volgend jaar beter. Akela Cis was ziek, dus daardoor helemaal niet
mee. Raksja van Rijn en Raksja Kalsbeek moesten beiden wegens hun werk
eerder weg en dat kun je eigenlijk niet hebben, daar we 49 jongens hadden,
met toen nog maar 6 volwassenen, wat vooral de opruimmorgen ons parten
speelde.
Voor Jan Schuitemaker, Jaap Bergman, Jaap
Visser, Hans Vöge, Jackie van Duyvenbode en Jan de Lange was dit kamp
hun laatste bij de welpen.
Groenekan, 28 – 31 mei (Pinksteren)
Hordes: Dorus Rijkers, Juliana, Abel Tasman,
Bestevaer
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela
Nel Vöge
Leiding o.a.: Schipper Vöge, Bagheera
Schuitemaker
60 deelnemers.
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman. Verslag uit de Katwijksche Post van 4 juni 1955)
Vrijdagavond was het een drukte van belang bij schipper Haasnoot, want toen kwamen de moeders en vaders, of andere familieleden bagage en broodbelegging inleveren voor het kamp. Toen alles binnen was reikten de stapels tot de zolderring van de schuur. Diezelfde avond werd alles door meneer Ouwehand naar de boerderij gereden.
Zaterdagmorgen 28 mei was het stralend
weer, toen we van de Boulevard vertrokken. Onderweg begon het evenwel al
te betrekken en bij aankomst was het zonnetje voorgoed verdwenen voor die
dag. Nico liet zijn duiven uit en later hoorden we dat de één
om 3 uur ’s middags en de ander een paar uur later arriveerden in Katwijk.
Verleden jaar was de ene duif na een uur al thuis.De stemming was er meteen
al in en het kamp werd dan ook met groot enthousiasme ingericht. De chocola
liet zich best smaken daarna.
Na de officiële opening van het kamp
kwam al spoedig de boterham aan de beurt, waarna er een uur werd gerust,
daar de meeste jongens al voor zessen uit de veren waren. ’s Middags zijn
we een grote verkenningstocht in de omgeving gaan maken.
Op een plek in het bos werd rust gehouden.
Na enige ogenblikken zaten verschillende jongens hoog in de bomen. Juist
toen wij bezig waren ze er uit te commanderen, kwam een boswachter, die
een nummertje weggaf. Het bleek, dat we in de buurt van een fazantennest
zaten en daar helemaal niet mochten lopen. De rest van de middag verliep
zonder sensaties.
We aten ’s avonds warm, wat voortreffelijk
smaakte: andijvie met botersaus, een ei en vanillerijst met pruimen toe.
De zondag begon na de opening met de hagenpreek.
Het zonnetje scheen heerlijk, dus werd een mooi plaatsje in het bos opgezocht.
Er werd met grote aandacht geluisterd naar het mooie Pinksterverhaal, dat
door schipper Vöge werd verteld. De familie Wouda was hierbij vertegenwoordigd
en zorgde voor het verslag in de Katwijksche Post.
Na de chocola werd gewandeld en na de
middagmaaltijd en rust moesten we een groot spoor volgen, dat wil zeggen
de jongens. De Akela’s waren namelijk ontvoerd, die moesten uiteindelijk
gevonden worden. Jammer genoeg mislukte een deel van de opzet van het spel,
daar de jongens een oud spoor volgden per vergissing en zo in een heel
ander deel van het bos terecht kwamen, dan waar de Akela’s zich comfortabel
in het zonnetje hadden uitgestrekt.
Na de boterham zijn we maar niet meer
het bos ingegaan. De meeste jongens wilden wel graag naar bed. Het was
dan ook vlug stil op de zolder. De leiding bleef nog gezellig een uurtje
koffie drinken.

De 2e Pinksterdag zijn we er allemaal afzonderlijk
met de horde op uitgetrokken. Het was stralend weer. We hebben een prachtig
plekje opgezocht in het bos en daar hebben de jongens met Bagheera Schuitemaker
hutten gebouwd. Het was enig. Na de grote hut gingen de jongens allemaal
kleine hutjes maken. Veel te gauw was de middag om.
’s Morgens hadden we een dansje geoefend
voor de grote rimboejacht en de versjes nog eens gerepeteerd. Vooral “The
little bells of Westminster” was in minder dan geen tijd populair.
‘s Avonds was alweer het eindkampvuur.
De jongens hebben reuze plezier gehad om de lolletjes, die Eddy uithaalde,
evenals het dikke jongetje met de echte jeneverfles! Het beste kampvuurprogramma
was dat van Akela Vöge met Peter, die optraden als slangenbezweerders.
Dinsdag werd er een voetbalcompetitie gehouden,
terwijl de Akela’s de boel opruimden, wat geen klein karwei was. Ook kregen
we nog bezoek van Schipper Vink en Akela de Jong, wat heel gezellig was,
temeer door het stralende weer.
’s Middags hebben we nog heerlijk warm
gegeten met de jongens en om 5 uur stond de auto al weer klaar om ons via
de Vinkeveense Plassen naar Katwijk te brengen. Onderweg werd nog gestopt
voor een ijsje, zodat we ’s avonds tegen achten weer in Katwijk arriveerden,
erg voldaan over alles, maar bovenal, omdat er niets naars was gebeurd,
zelfs niet één zieke.

Maarsbergen - Woudenberg 19 mei – 22 mei (Pinksteren)
Hordes: Dorus Rijkers, Juliana, Abel Tasman,
Bestevaer
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela
Nel Vöge, Akela Leun van der Bent
Leiding: Chris, Schipper Vöge, Raksja
Wita van Eybergen, Chil Nel
35 deelnemers. 9 Dorus Rijkers.
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
Zaterdag 19 mei. We vertrokken
goed op tijd om 8 uur. De stemming zat er al direct in, hoewel het weer
niet bepaald warm te
noemen was. De lucht werd dikker, naarmate
we meer oostwaarts gingen en toen we om ongeveer 10 uur in Maarsbergen
arriveerden regende het voluit. De grote squadron tent was al opgesteld,
omdat we nogal klein behuisd waren voor een regendag, hadden we die als
voorzorg meegenomen.
De inrichting van een kamp eist altijd
enige uren. Mijn eerste indruk was minder comfortabel dan de boerderij
in Groenekan, maar dat had ik mis. De ruimte waar de jongens sliepen was
minder ruim en overzichtelijk, maar verder hadden we hier een apart keukentje,
erg gezellig en het belangrijkste was wel, dat we bij buitengewoon hartelijke
en aardige mensen waren terecht gekomen, die ons meteen op de koffie noodden.
De boerderij was werkelijk ideaal voor
de jongens, temeer daar ze overal mochten rondneuzen. Vooral de grote zeug
met kleine biggetjes vond veel aftrek.
Na de opening en vlaghijsen volgde de
eerste warme maaltijd rode kool + een schijf worst, aardappelen en een
toetje, ik geloof karnemelkse pap. Daarna rustuur met voorlezen.
’s Middags een grote verkenningstocht
in de omgeving. Chris was er met alle 35 op uitgetrokken, toen wij nog
een en ander regelden en ondertussen kregen wij Akela Jukkemekke op kampbezoek.
Ze had niet veel tijd en we zijn na de thee, dan toen ook maar de kant
opgegaan, die Chris met de jongens had genomen. De omgeving was prachtig
en het weer was zowaar wat opgeknapt, al was het koud.
Na de avondboterham en avondwandeling
ging het koor naar bed, wat ook altijd de nodige deining geeft. Na een
voorbeeld gesteld te hebben was de rust volkomen en bleven wij nog een
poosje gezellig in de keuken koffie drinken. Akela Vöge en een assistentie
waren ook van de partij, maar na een uurtje waren we allemaal wel aan een
slaapje toe.
Zondagmorgen hebben we naar de hagenpreek
van Schipper Vöge geluisterd in het bos. Het weer hield zich heel
behoorlijk, zodat we na het eten en de middagslaap konden gaan spoorzoeken.
Die
avond is Akela Leun met Chil Nel en Raksja Wita een wandeling gaan maken
naar het vogelreservaat. Daar ze de boswachter tegen het lijf liepen vroegen
ze hem, of het ook mogelijk was met de jongens een rondleiding te ontvangen,
waarop de boswachter enthousiast inging. Er werd dus een afspraak gemaakt
voor maandagavond.
De maandagmorgen hebben we gewandeld met
de jongens en ’s middags hadden we een ganzenbordspel, dat Raksja en Chil
samen hadden gemaakt. Jammer, dat het die middag zo koud was onder de bomen.
We moesten weer bijtijds naar huis, daar we ’s avonds behalve de tocht
naar het reservaat ook nog kampvuur moesten houden.
We stonden om 7.15 uur voor het hek van
het vogelreservaat. De boswachter stond al op de uitkijk. Wat we die avond
te zien kregen zullen we niet gauw vergeten. We mochten in een vogelhuisje
kijken, waar een meesje zat te broeden. We mochten mee naar de meertjes,
waar honderden kapmeeuwen zaten, of broedden of krijsend opvlogen. Het
was fantastisch die avond en we hebben dan ook voluit genoten en dan al
die nesten met eieren aan de kant van het weggetje. Jammer, dat de tijd
zo snel ging, want we moesten toch bijtijds terug zijn voor het kampvuur.
Dat
kampvuur hadden we wel achterwege kunnen laten. De jongens waren doodmoe
van alles en wilden het liefst naar bed, maar het hoort er nu eenmaal bij.
We hebben alleen maar naar het vuur gekeken en een beetje gezongen. Om
goed 10 uur was alles in het kamp rustig en zijn wij na de koffie ook aanstalten
gaan maken. Het was leuk dat Schipper Ravensbergen nog even kwam.
Dinsdag. De volgende dag stond in
het teken van opruimen. Altijd een reuze werk om alle weggeraakte washandjes,
tandenborstels en wat dies meer zij weer overal vandaan te vinden. Het
was die dag stralend en warm weer. We kregen weer twee gasten in de vorm
van Schipper Vink en Akela de Jong. Die troffen het geweldig.
We zijn ’s middags nog eens naar het vogelreservaat
gegaan, ditmaal zonder jongens. Wat is dat een prachtig stukje natuur,
zo vlak bij de grote weg.
Om goed 5 uur was de auto al weer startklaar
en konden we de thuisreis aanvangen. Onderweg kregen we nog een lekke band,
wat een uur oponthoud kostte zodat we om goed 9 uur Katwijk bereikten.
Gelukkig alles gezond en wel een reden om weer van harte dankbaar te zijn.
Leersum, 8 juni – 11 mei (Pinksteren)
Hordes: Dorus Rijkers, Juliana, Abel Tasman,
samen met de kabouters
Teamleiders: Akela Ans Voortman, Akela
Leun van der Bent
Leiding o.a.: Diet Kalsbeek, vrijwilligers
van de Kweekschool
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
Het Pinksterkamp is inmiddels al weer enige
weken achter de rug. Het was ook dit jaar weer een succes.
We hadden een reusachtige staf in de vorm
van een aantal lui van de Kweekschool, waar Diet Kalsbeek voor had gezorgd.
We hebben reuze veel plezier gehad.
Zaterdag 8 juni. Het vertrek
was zaterdagmorgen om 8 uur uit Katwijk in twee grote bussen, want de kabouters
gingen ook tegelijkertijd mee.
We hadden een machtig onderkomen met keurige
bedden en wasgelegenheden enz. Bovendien was het prachtig weer, het eten
van de keuken was aanmerkelijk beter dan verleden jaar. Dat viel ons dus
ook weer mee. Deze keer had Marien Guyt voor duiven gezorgd, vier in getal,
dus dat was ook voor elkaar nu Nico voor het eerst ontbrak.
Om goed 10 uur waren we al op de plaats
van bestemming en na een paar uur was het kamp ingericht. De dag werd verder
besteed met verkenningstochten. We zaten nu aan de andere kant van de Plassen
en een heel eind lopen er vandaan. Het slapen was een feest voor de jongens,
want ze hadden allemaal een tent gemaakt van hun bed.

De zondag werd besteed met een kerkgang naar de dorpskerk, die stampvol was. We zaten op stoelen en op de grond rond het preekgestoelte. Zondagmiddag na de rust hebben we een spoor uitgelegd in het bos, maar spoorzoeken schijnt nog altijd erg moeilijk te zijn!
De
2e Pinksterdag zijn we ’s middags meteen na het eten naar de Plassen gewandeld,
want daar zou de boswachter ons weer rondleiden. Meneer de Man stond ons
al op te wachten en we hebben weer een machtige middag gehad. Het weer
was erg dreigend, maar toen de grote bui losbrak waren we net in een grote
schuur ondergebracht, waar we een uil te zien kregen. We waren die avond
laat thuis, maar het was geweldig geweest.
’s Avonds volgde het kampvuur, dat binnen
moest worden gehouden wegens de regen. De jongens hadden zich allemaal
verkleed en Akela van der Bent had voor een kaarsverlichting gezorgd.
De laatste dag zouden we nog van alles
doen, maar we zijn nergens aan toegekomen, want er viel zo veel te redderen.
Bovendien was het erg koud en kregen we veel visite. Eerst heel vroeg de
Schippers Haasnoot en Ravensbergen. ’s Middags Akela de Jong en Schipper
Vink.
Pas tegen ons vertrek knapte het weer
op.
Na een tocht van ruim 2 uur kwamen we
weer in Katwijk aan. Gelukkig zonder noemenswaardige ongelukken in het
kamp. Om ongeveer 8 uur waren we op het parkeerterrein.
We kunnen terugzien op een reuze geslaagd
en plezierig kamp.
Amersfoort, 24 – 27 mei (Pinksteren)
Hordes o.a: Dorus Rijkers
Teamleiders: Akela Ans Voortman
Leiding: Feiko Kalsbeek, Joke
Programma: (Logboek 3 van de Dorus Rijkershorde, Ans Voortman)
De voorbereidingen waren als andere jaren. Het had alleen nogal wat voeten in de aarde voor we de leiding In orde hadden. Akela Kalsbeek zou namelijk nog eens voor ’t laatst mee, maar kon plotseling niet daar zij in verband met het aanstaande vertrek naar de tropen met haar verloofde naar Bazel moest gedurende de Pinksterdagen. Gelukkig bleken haar broer Feiko + verloofde bereid om mee te gaan.
Zo stonden er op de zaterdagmorgen van
de 24e mei 1958 wederom tientallen ouders hun kroost na te wuiven, toen
de mooie bussen van Eltax zich in beweging zetten. De reis was deze maal
nog langer dan de vorige keer: ruim 2 uur! De jongens vonden het prachtig.
Om ongeveer half 11 arriveerden we aan de boerderij, waar alles keurig
in orde bleek te zijn. Er stonden zelfs takken bloeiende meidoorn op de
tafel ter verwelkoming en we voelden ons direct thuis.
De morgen werd verder besteed met verkenning
in en om de boerderij. Er waren jonge biggetjes van 24 uur oud. Die hadden
wel de meeste aftrek!
Het middagmaal liet zich goed smaken,
waarna de rust volgde. Het weer was inmiddels veranderd. Regen dreigde
en toen wij later gingen wandelen naar het hoogste punt, regende het aan
één stuk door. Het naar bed gaan leverde weer de nodige vrolijkheid
op. De eerste uren was het nogal rumoerig, maar verder viel de nacht erg
mee, al waren er nogal wat jongens, die hardop droomden.
Aangezien het zondagsmorgens nogal somber
was buiten, besloten we de kerkdienst binnen te houden. Daartoe werd bij
ons de deel ingericht en alle horden kwamen. Schipper Vöge leidde
de dienst. Er werd aandachtig geluisterd en enthousiast gezongen. Na de
chocola mochten de jongens een poos gaan waar ze wilden. Ondertussen was
de zon gaan schijnen en zijn we met koffiepot en al in het zonnetje gaan
zitten, waar Akela Jukkenekke ons gezelschap kwam houden.
’s Middags hebben we spoorgezocht, wat
ontzettend leuk was. Feiko en Joke hadden een moeilijk spoor gelegd en
we hebben erg moeten zoeken het te vinden. Midden in een bos vonden we
het geraamte van een hert.
’s Avonds spoelde het van de regen.
Deze keer hadden we de 2e Pinksterdag niets bijzonders. Dat was jammer, want het spel dat we hadden viel niet zo erg in de smaak. De aankleedpartij ’s avonds met het beschilderen van de snoeten en het kampvuur viel beter in de smaak.
Dinsdag. We zijn pas na de middag
gaan opruimen, omdat we pas om 6 uur zouden vertrekken. De bussen en bagageauto
arriveerden keurig op tijd. Wij reden in een vrijwel nieuwe touringcar.
De reis verliep vlot en zo arriveerden we om half 9 in Katwijk.
We kunnen terugzien op een reuze geslaagd
kamp. De stemming was reuze genoeglijk en er zijn geen noemenswaardige
ongelukken gebeurd. Leuk is dat er verschillende jongens zo’n aardigheid
hadden aan houtsnijden.Ze hebben ook erg leuke voorwerpjes gemaakt en die
beschilderd. Wij als leiding hebben het ontzettend plezierig gehad en dat
is zeker niet in de laatste plaats te danken aan onze gastleiders.
Jammer is, dat we geen van allen ons fototoestel
bij ons hadden.