
| Kampen |
|
|||||
| Leden |
|
Pioniersters, voortrekkers, loodsgasten, loodsen, stam en avondstam waren een speltak voor jongeren vanaf 16 jaar. De afgezwaaide bootslieden gingen soms als opperbootsman bij de leiding maar anderen gingen bij de (loodsen)stam of de Pivo-groep. De stam was niet gemengd en bestond alleen uit jongens. Heel belangrijk bij de stam/pivo waren de leden.
“Daarna komt de veel geloofde, nooit geziene en veel besproken stam ter sprake. Een verdere levensduur wordt voorlopig niet wenselijk geacht en gewacht zal dan maar worden totdat nieuwe en meer door de verkennerij bezielde leden hun opwachting zullen maken” (notulen groepsraad nov. 1947)Dit is een krachtige samenvatting van het verschijnsel stam. Ze kwamen en gingen, soms met veel kabaal. Het is ook een moeilijke leeftijdsgroep. Bij de verkenners hebben de jongens en leiding nog een doel en programma. De stamleden moeten opeens zichzelf vermaken en voor een programma zorgen.
1936 - 1941 Voortrekkersstam de Watertrappers
In 30 april 1936 werd de
voortrekkersstam de Watertrappers opgericht, Ze hadden als onderdeel van
de Julianagroep de lichtblauwe das. Er werden in deze tijd veel "zazo’s"
gehouden. Dit waren weekendkampen (zaterdag - zondag) waar men veelal per
fiets naar toe ging. De Boekhorst en Duinrell waren favoriete kampeerplaatsen.
Ook werd er gevaren met
een houten vlet en een houten sloep de Zeehond.
![]() |
"Daar gaan we. De eerste
druppelen beplensen m’n broek. Sporen van lek zijn niet te constateren,
vanwege de hoger wordende waterstand door buitenboord-water, binnenboord
gespoeld.
Geschreeuw, gescheld, geklaag. Gemodder om te roeien, gelach. Voor anker... Oefenen in het roeien. Aat de Leeuw neemt onverwacht een duik en komt al borrelend boven met indianengegil van de anderen. Terug naar de kust, ik neem het commando. Alles gaat goed. M’n aspirine-buisje knapt binnenzaks en wordt een zeewater-glaspoeder. De kust in’t zicht, nog even. O wee, een roller!! Bijna ondersteboven. Een Hemelvaartsdag zonder zijn gelijke." (stamlogboek, 1939) |
Aan het begin van de oorlog werd de padvinderij verboden.
Leden:

1945
– 1947 Voortrekkersstam de Watertrappers
![]() |
Na de oorlog ging de stam
weer door met hun opkomsten en programma. In juni 1945 werd de stam heropgericht
onder leiding van schipper Van der Maaden en als stuurlieden onder andere
Leen Haasnoot, Dick Parlevliet, Frans Otto en Henk Brouwer. De stamleden
waren soms ook leider bij een zeeverkennerstroep.
Bijzonder was het herkenningsteken:
een houten zeepaardje (het symbool van de stam), die op de zeeverkennerstrui
was genaaid. Deze zeepaardjes werden gemaakt door Frans Otto.
|
![]() |
"onze Engelsche gast is ook aanwezig en ieder ontvangt 5 Engelsche sigaretten. Als tegenprestatie wordt hem visch beloofd. Als ze hun woord maar houden! Daarna stellen we ons op en onder leiding van stuurman D. Parlevliet huppelen we naar ons gymnastiekterreintje, waar een flinke gymnastiekoefening wordt gehouden." (stamlogboek, juni 1945, Henk Brouwer)Een poging van schipper Planje om in het najaar van 1945 een nieuwe ploeg te formeren met de naam ”Brandaris” werd met enig rumoer de kop ingedrukt. In het logboek werd vaak gemopperd op de lage opkomst en in het voorjaar van 1947 waren er nog maar vier actieve leden, in hoofdzaak leiding."Het blijkt dat er velen zijn die niet zo oplettend meer toehoren. Drie lezingen achter elkaar is eigenlijk wel een beetje veel, omdat er enige jongeren bij zijn die de ernst van Voortrekker zijn nog niet erg begrijpen." (stamlogboek nov. 1945, Piet de Geus)
"Het wordt de hoogste tijd dat er in de programma’s wat meer spirit komt. Ik vraag me wel eens af: is de padvinderij een jeugdbeweging voor de gehele jeugd? Of slechts om een klein aantal jongens bezig te houden." (stamlogboek aug. 1945, Henk Brouwer)
De Watertrappers, vemoedelijk in
1945-1946.
Traditionele boerenkoolmaaltijd op de
zolder boven bakkerij Gerrit Hoek aan de Voortstraat (nu bakker Verdoes).
1949 - 1952, Voortrekkersstam de Watertrappers
Na enkele jaren van discussie
in de groepsraad werd op 1 oktober 1949 de stam weer heropgericht met vijf
leden van de Wulpen-seniorenbak van de Julianatroep (Gerrit Schaap,
Louis Mieras, Wim Guyt, Jan de Koning en Gerrit Kuyt). Onder leiding van
(voormalig Juliana)schipper Jan Vink en de stuurlieden H. de Reiger en
Piet de Geus.
Deze stam is een paar jaar
actief geweest, waarvan geen logboek is gehouden. Andere leden waren onder
meer: Kees Schaap, Piet Elskamp, Floor den Hollander, Arie van der
Plas, Piet Heuseveld en Gerrit Kalsbeek. Ook deze stam verliep al snel
en werd circa 1952 opgeheven.
(Logboek Juliana 1949, Stamlogboek
1953)
"Overleg bij Huib over de stam. Er zijn veel op- en zeer veel aanmerkingen. De ware oorzaak is mijn inziens hierin te vinden, dat deze jongens geen eigen troep hebben. Het is een overgebleven bak van de oude Julianatroep, die niet past bij de nieuwe (= oude Bestevaertroep). Overwogen wordt een stam met ploegen uit de oude troepen samen te stellen." (Logboek Dorus Rijkers. aug. 1951)
1953 - 1962 Voortrekkersstam de Watertrappers
In mei 1953 werden de Watertrappers weer opgericht. Zes loodsgasten werden geïnstalleerd tot loods.
"Na het zingen met de pioniersters verzocht schipper Vink ons mee te gaan naar de bunker van de Dorus Rijkerstroep, waar de vigilie gehouden zou worden. De schipper stelde ons enige vragen, waarop we hier in dit logboek niet nader op in zullen gaan. Het ging alles erg plechtig. Van te voren had onze borg, schipper Haasnoot, onze legitimatiebewijzen opgevraagd, zodat deze ingevuld konden worden.
Gezessen brachten we ongeveer drie kwartier in het hordehol door. Daarna kwam schipper Haasnoot ons halen voor de installatie in de stamhut. Hier hingen de St.-Jorisvlag en de vlag van de Watertrappers met het prachtige zeepaardje erop geborduurd. Het licht van de petroleumlamp verspreidde een zachte glans en bescheen de op de tafel gelegen attributen van de installatie.
We stonden voor de tafel en achter de tafel de reeds geïnstalleerde senior voortrekkers, de schippers van der Maaden en Haasnoot als ook de loodsschipper, schipper Vink.
Vóór de installatie werden nog een zestal vragen gesteld, die alle met “ja” beantwoord werden. Dan volgde de installatie, met het hard opzeggen van de belofte. Het was een plechtig moment.
Na de installatie hielden de schippers nog kleine toespraken. Schipper Vink sloot de plechtigheid met gebed.
Vervolgens gingen we naar de Dorus Rijkersbunker, waar we als herinnering een boekje ontvingen met de titel: Pioniers o pioniers! We kregen voor deze gelegenheid ook allemaal een glas limonade. De geïnstalleerde loodsen zijn: Han van der Maaden, Kees van Beelen, Henk Elsgeest, Krijn Schaap, Feiko Kalsbeek en Kees Houwaard.
Dat we waarlijk voortrekkers moge zijn!" (Stamlogboek juni 1953)
Traditioneel
organiseerde de stam jaarlijks een boerenkoolfuif en namen loodsen deel
aan een Nautische Gilwell cursus voor zeeverkennersleiders en loodsen (o.a.
Henk Elsgeest) in Nieuwkoop voor- of na het zomerkamp. Verder werden veel
discussie-avonden georganiseerd of een dropping met een auto (van de heer
Vingerling).
Eind 1955 ging het niet goed met de stam. Er werd op 19 september een stamraad gehouden en bepaald wie er lid waren: (stamlogboek)
1954 - 1958 PIVO (Pioniersters en Voortrekkers)
Vanaf 1954 was er een groep
die bestond uit leiding van de zeeverkenners en leiding van de meisjesgroepen
(Brittenburggroep). Ze had geen aparte naam en stond bekend als de “Pivogroep”.
Deze Pivo-groep kwam op zaterdagavond bij elkaar, eerst in het bunkercomplex
bij de camping, later in de bunkers rondom de Witte bunker. Het programma
bestond vooral uit creatieve en kunstzinnige activiteiten: volksdansen,
kampvuren met zang en dans, discussieavonden, organiseren en het maken
van maskerspelen, fietstochten en vele wandeltochten. Ook waren er culturele
activiteiten in kasteel Oud-Poelgeest, samen met andere pivo’s, uit de
regio.
Met Pivo’s uit Amsterdam
werd een grammafoon-plaat opgenomen:
"Zaterdag 25 januari zijn we met een keurige autobus naar Amsterdam geweest. Want het was er toch van gekomen, de opnamen van een grammafoonplaat moesten gemaakt worden. Instructeur Labordus had al wekenlang met de Amsterdamse Pivo’s geoefend. En nu werden de twee koren Amsterdam en Katwijk bij elkaar gedaan en de Decca- opnamen zouden gemaakt worden.Ook heeft de Pivotroep in februari 1957 gezongen in de Marekerk in Leiden bij de herdenking van het feit dat 100 jaar eerder Lord Baden Powell, de stichter van de padvinderij, was geboren.
De tocht naar de hoofdstad was al een genoegen, want het ging door een fantastisch mooie witte wereld, dwars door de Haarlemmermeer. In Amsterdam moesten we helemaal in de Indische buurt zijn, op het Timorplein.Een wirwar van draden, microfoons en weet ik wat allemaal nog meer. Een compleet orkest van vijf man, die tip-top speelden. En natuurlijk waren daar de Amsterdamse Pivo’s, waarvan we er al verschillende kenden, omdat ze hier in Katwijk bij ons geweest waren of omdat we ze op Oud-Poelgeest gezien hadden. Een leuk stel, maar als ik zie, hoeveel Pivo’s het hele district Amsterdam opleverde, vind ik dat we met onze Katwijkse Pivo-troep heel niet ontevreden mogen zijn.
Daarna begon het zingen. Ieder lied werd eerst samen gezongen en daarna begon de opname. Heel officieel. Als het rode licht brandde, moest het doodstil zijn. Soms moest een lied om allerlei redenen een paar keer overgedaan worden. Maar dat hinderde niet, er werd met groot enthousiasme gezongen.
In de pauze werd de hele familie getracteerd. Alles met alles vonden we het een leuke en interessante middag, al was het wel vermoeiend, vooral voor onze dirigent Albert Labordus.
Het was erg prettig dat verschillende nieuwe Pivoleden ook aanwezig waren. Zo kom je er goed in! En we konden ze best gebruiken bij het zingen.
Komen we de volgende keer allemaal??" (Contact februari 1958, schipper Martin Vöge)
Het karakter van deze groep was vooral ontspannend en de groep bestond uit jongens en meisjes, wat toch heel bijzonder was. De leiding van deze groep was in handen van schipper Martin Vöge, die enthousiast gemaakt was door zijn vrouw, de beroemde akela Nel Vöge.
Leden, o.a:
| Henk Elsgeest
Greet Elsgeest Kees Houwaard Hans van Duivenbode Albert Labordus Han van der Maaden Harry van der Maaden Co Vink |
Cobie de Mol
Atie Haasnoot Cobie de Zwart Aaike Meyvogel Teun Meyvogel Feiko Kalsbeek Gerrit Kalsbeek Annie van den Oever |
Jaap van der Plas
Krijn Schaap Jannie Schaap Leen van Rijn Anton Schaap Pim Hofkes Loes de Jong |
Deze Pivo-groep heeft relatief kort bestaan, maar er was toch een hechte band. Vanaf 1993 komen sommige leden ongeveer vier keer per jaar bij elkaar voor een cultureel verantwoord programma en natuurlijk om oude herinneringen op te halen (Jannie en Krijn Schaap, IJs en Diet van der Bent, Aaike en Teun Meijvogel, Kees en Martha Houwaard en Greet en voorheen Kees van Beelen). Verder komen ongeveer dertig oud-leden iedere zomer een keer bij elkaar.
In 1955 schrijft Henk Elsgeest over de opzet van de stam, de programmering en de samenwerking met de pivo-groep:
Op 21 november werd een ouderavond georganiseerd, waar de stam een groot aandeel in had."Het programma wordt nu verzorgd door een programmacommissie, welke bestaat uit:
Juliana- en Dorus Rijkersploeg, het eerste en tweede gedeelte en later eventueel ook door de Abel Tasmanploeg.
Het programma is verdeeld over drie weken: stam, pivo, vrij. De commissie die het stamprogramma samenstelt moet in samenwerking met de pioniersters het programma voor de daarop volgende Pivo-bijeenkomst maken. De programma’s moeten vrijdags 's avonds, bij Kees Houwaard ter inzage bezorgd worden, die ze op zijn beurt doorgeeft aan schipper Vink en of Vöge. Schipper Vöge is nu Pivo-leider.
Het programma kan o.a. bestaan uit: opening, rondvraag, lezingen, buitenspoor, discussie’s, film, museumbezoek, zwembad, volksdansen, zingen, enz, enz." (Stamlogboek, sept 1955, Henk Elsgeest)
"De stijl van de voortrekker is de wijze waarop hij in zijn leven de wet en de belofte tot werkelijkheid maakt. Daarom zal ieder voortrekker als voortrekker zijn te herkennen aan de bereidwilligheid, waarmee hij zijn God, zijn land en zijn naaste en in dit alles ook zichzelf dient". (Contact juli 1958, Jan Vink)Het logboek van de Watertrappers eindigde op vrijdag 4 april 1958 met de vermelding van een trektocht per fiets naar Hoenderlo, kampterrein "de Hoge Veluwe". Tussen 1958 en 1962 werd er niets meer geschreven over de stam. Veel leden moesten in militaire dienst, kregen andere interesses of waren leiding bij de zeeverkenners.
1962 - 1963 Stam de Watertrappers. Pivo's
"Tijdens het zomerkamp is men op de gedachte gekomen een stam op te richten. Zoals men weet, heeft de Katwijkse padvinderij al meer stammen gekend. De roemruchte stam van een jaar of zeven geleden en een minder bekende, die twee of drie jaar geleden gesneuveld is. Deze keer echter zijn we van plan beroemd en berucht te worden.Na dit artikel werd er niet meer veel over de stam geschreven. Schipper Kees Houwaard was de nieuwe stamschipper.
De namen van de leden voorspellen ons veel: Kees Hoek, Leo Kreft, Gerrit Kruyt, Leo van der Plas, Wim van Rijn, Niek Schaap, Gert Scherpenzeel, Cees Varkevisser, Peter Vöge en Wim Wouda. Allen bootslui of opperbootslui uit de verschillende groepen, die veel in hun mars hebben. Jongens die wensen ook in aanmerking te komen om tot deze "top"stam toegelaten te worden, moeten wel bedenken, dat zij minimaal 17 jaar moeten zijn en geschikt voor ons werk, wat beoordeeld wordt d.m.v. een proeftijd van twee maanden. Voorlopig kunnen echter geen nieuwe leden geplaatst worden. Het stamlokaal komt in het magazijn. De start is 1 oktober 1962 en de finishdatum is nog niet bekend.
Het programma is ook zeer uitgebreid. Bijvoorbeeld: discussies over verschillende onderwerpen, kamperen in alle seizoenen (d.i. voorzomer en middenzomer), pionieren, sport, excursies, enz, enz.
Hopelijk zal stuurman Dubbeldam de stamleider worden. Gert Scherpenzeel of Niek Schaap wordt de bootsman. De 19 wordt ons vaartuig. De naam Watertrappers is gekozen als stamnaam. Binnenkort worden er dus weer Katwijkse loodsen gezien. Van iedereen wordt verwacht voor zo’n persoon zijn petje af te nemen en wij zorgen er voor dat dat met recht gedaan wordt. De das wordt Abel Tasman-blauw met achterop een anker in een lauwerenkrans. Een andere keer nog eens wat over de belevenissen en doelstellingen van de Watertrappers." (Contact sept 1962, C. Visser)
In 1963 was er een herstart
van de Pivo-groep, tijdens het 1-jarig jubileum van de stam (december 1963).
Beide hadden maar een korte levensduur. Ook de plattegrond van het troephuis
aan het Mallegat in 1963 is duidelijk: er is geen ruimte voor een apart
stamlokaal.
1969
- 1983 Avondstam de Strandjutters.
Eind zestiger jaren werd
er weer een avondstam actief. Deze bestond uit leiding van de zeeverkenners-troepen
en leidsters van de Brittenburggroep. Zij kwamen op zaterdagavond en later
ook op zondagmiddag bij elkaar. Eerst huisden ze in het troephuis
van de zeeverkenners, in de leidingsruimte van de Juliana-troep. Daarna
gingen ze naar het oude notarishuis aan de Rijnstraat en vanaf 1976 naar
het Noorderlicht aan de Zwarte Weg, in de ruimte van de twee welpenhordes.
Hier werd in eigen beheer een bar getimmerd en sfeerverlichting aangebracht.
De stam kende een stamraad
die bestond uit ongeveer vijf leden: voorzitter, secretaris, penningmeester
en enkele leden die zich bezig hielden met de programmering.
Het programma was veelzijdig. Zo werden er Oud-Hollandse spelen georganiseerd, droppings, discussie-avonden over allerlei wereldse zaken, bioscoopbezoek, sportactiviteiten, creatieve activiteiten en natuurlijk... zeilen en roeien in de boten van de Katwijkse Zeeverkenners. Echter, zo laat het logboek van 20 januari 1973 zien, ging dit niet zomaar vanzelf. Er waren grote meningsverschillen tussen de groepsvoorzitter, de schippers en de stamleider. De vlootraad moest maar een beslissing nemen of er vletten uitgeleend werden aan de stam. Op de bewuste vlootraad waren twee vrouwelijke vertegenwoordigers van de stam aanwezig om de zaak verder toe te lichten. De andere leden van de stamraad waren ook aanwezig, maar dan als leiders van de verschillende zeeverkennerstroepen, hetgeen een pittige discussie opleverde. Enerzijds waren ze lid van de stamraad en anderzijds lid van een leidingsteam van een zeeverkenners-troep en konden hun schipper niet zomaar afvallen. De meeste schippers vonden het maar niets dat de Strandjuttersstam vletten leenden. Er werd die avond geen besluit genomen. Gelukkig is het later toch nog goed gekomen en werd er regelmatig gezeild met de vletten.

Naast programma’s voor de stam werden er regelmatig grootschalige activiteiten gerorganiseerd voor Scouting Katwijk (padvinders en padvindsters). Er waren in die tijd weinig contacten met de Katholieke groepen, de Gemmagroep en de Petrusgroep. De JOTA van 1973 was een activiteit waar ook de Katholieke groepen aan deelnamen. Na de JOTA zijn de contacten gebleven. Vooral het vrouwvolk was zeer welkom en vele werden lid van de Strandjuttersstam.
Naast deze activiteiten werd er ook samengewerkt met andere stammen, vooral de Norvicusstam uit Noordwijk. Regelmatig werd er een rugby-wedstrijd georganiseerd met deze stam. Ook op cultureel gebied werden er programma’s georganiseerd. Zo werd er in 1975 een hele musical gemaakt met de titel "Henkie en Toosie". Draaiboeken werden geschreven, muziek gecomponeerd, decorstukken gebouwd en vele weken geoefend. Het resultaat was overweldigend. De Noordtukkers waren diep onder de indruk.
De stam had ook zomerkampen. Regelmatig werd er gekampeerd in Nieuwkoop en natuurlijk werden de leden die voor het eerst meegingen gedoopt.
In deze periode zijn er vele
padvinders-huwelijken gesloten:
| Emiel Vaccano - Ankie Bovendeert
Wim Klok - Corrie Kruyt Arend Hoek - Ank Hasenoot Piet van Arkel - Dorette van Schie Kees van den Burg - Therese van Schie Rob van Rijn - Lia Schaap |
Marcel van Ruler - Marianne
van Bezouw
Dik Twigt - Moniek Fennes Pieter Rovers - Corrie Duyndam Gijsbert van der Plas - Janine Beltman Jaap Schaap - Willy Hortensius |
In 1983 werd de avondstam
opgeheven. Er was bij de leiding geen belangstelling meer.
1974
- 1983 Loodsenstam De Strandjutters.
In 1974 was er een overschot
aan opperbootslieden bij de Dorus Rijkerstroep. Sommigen werden ingelijfd
bij de leiding. Voor de anderen was er de keus of eraf of... een bezigheid
verzinnen om toch behouden te blijven voor de Katwijkse Zeeverkenners,
want je wist maar nooit: zo was er leiding genoeg, zo was er een tekort.
In die tijd bestond de Katwijkse
Zeeverkenners uit drie troepen, een welpenhorde en een avondstam met leidingsleden
en mensen van buiten.
In 1974 werd met de loodsenstam
gestart. Zij hadden geen eigen hok in het troephuis en omdat ze allemaal
afkomstig waren van de Dorus Rijkers, draaiden ze mee met de leiding en
maakten gebruik van de leidingsruimte. Als das werd de mooie Schotse “Balmoral”
gekozen, die later half Nederland ook mooi bleek te vinden. Toch had deze
das een uniek detail: achterop zat een rechthoekje uit de das waar de zeeverkenner
bij had gezeten, in dit geval dus allemaal van de Dorus Rijkerstroep.
Naast de das was er een
rond insigne (blauw met een wit anker) waar door goedwillende moeders of
vriendinnen "Strandjuttersstam" op werd geborduurd. Bij de één
wat beter leesbaar dan bij de ander.
In 1977 werd het troephuis verbouwd en kregen ze een eigen ruimte, waar alles werd gedaan en bewaard. Eigenlijk was het meer een veredeld kippenhok.
De loodsenstam was voornamelijk bezig met het opknappen en weer in de vaart brengen van allerlei soorten vaartuigen, die door anderen gratis geschonken werden en meestal in erbarmelijke staat verkeerden. Naast het opknappen van schepen was de stam actief bij het assisteren van de verschillende zeeverkennerstroepen en het organiseren van spelen. Op zomerkamp werden zij tijdelijk bij de leiding gevoegd en hielpen mee. Ook hielp men bij grootschalige activiteiten, zoals de oliebollenactie. De loodsen gingen ook op kamp en organiseerden weekendkampen.

De strandjuttersstam beschikte over een zogenaamde stam-standaard, een soort huishoudelijk reglement waarin zaken als huisregels, het uniform, de visie op de maatschappij, de beginselverklaring en de bestuurlijke organisatie van de stam beschreven stonden. Bij toetreding tot de stam moest het aspirant-stamlid aan bepaalde eisen voldoen. Eerst werd je loodsgast en later loods. Op de plaats waar aan het zeeverkennersuniform de bakslinten zaten, had een loodsgast groen-gele bakslinten en een loods rood-groen-gele linten. Op de schipperspet zat een speciaal loodsembleem.
In 1974 werden twee meisjes
toegelaten tot de Strandjuttersstam. Deze kwamen uit Den Helder en waren
naar Katwijk verhuisd. In Den Helder waren zij lid van een Pivostam. Deze
toetreding was niet zonder problemen. De stam was een mannenaangelegenheid
en wat moet je dan met vrouwen. Vele gesprekken zijn gevoerd door de groepsvoorzitter,
de stamleider en ook de vlootraad kwam bijeen om over dit punt te praten.
Helene en Ria Visser waren
die eerste twee meiden. Zij waren heel enthousiast en deden met alle activiteiten
mee. De stam waar zij vandaan kwamen was vrij traditioneel, zo ook bij
installatie van stamlid tot Pivo. De eerste leden van de Strandjutters
die tot loods zouden worden geïnstalleerd (Douwe de Jong, Nico Parlevliet
en Piet van Arkel) trokken naar Den Helder en werden in het weekend van
2-4 mei 1975 geïnstalleerd. Zoals de insiders weten is die installatie
vol mystiek en bezinning en wordt er niet met anderen over gepraat, die
nog geen loods zijn.
Leden in de jaren
70-80:
![]() |
Piet van Arkel
Douwe de Jong Gerrit Kuyt Nico Parlevliet Jan Hazekamp Jan Hoekman Klaas Haasnoot Arend Kuyt Arie Kuyt Jeroen Bartelink Annemarie Mouton |
Rob Cornelisse
Gerco Klok Jos Waanders Mario Visser Kees Guyt Tony van der Plas Henry Schaap Jaap Houwaard Hans Freke Arie Harteveld |
Marcel Andeweg
Martin Ouwehand Bas Star Kees Ouwehand Ben Klok Tjebbe Witteveen Jaap van der Schee RobertJan Dubbeldam Helene Visser Ria Visser |
Boten:
In
1975 kreeg de stam van een grote sloperij in Ridderkerk twee oude reddingssloepen:
een houten sloep, waar je met 8 man in kon roeien en een alluminium sloepje
(’t Skip). Kees Ravensbergen, oud zeeverkenner, speelde een belangrijke
rol bij de verkrijging van deze sloepen.
De houten sloep werd helemaal opgeknapt, nieuwe spanten gemaakt, huidgangen vernieuwd, helemaal opnieuw gebreeuwd en uiteindelijk geverfd in de kleuren van de schepen van de Katwijkse Zeeverkenners. Hij werd gedoopt als "Nicolaas Dalmeyer" en te water gelaten. Gedurende ruim twee weken verdween de sloep onder water om helemaal dicht te trekken. Kort daarna is de sloep voorzien van een kiel, een mast en zeilen en heeft de stam een paar jaar veel plezier mee beleefd.
Vrijheid
Rond
1976 kreeg de stam via een kennis van Nico Parlevliet gratis de beschikking
over een houten Vrijheid, die haar doodskleed al aanhad (polyester over
de romp). Met een paar handige mensen en wat vrije tijd was er nog veel
van te maken volgens de eigenaar, die blij was dat hij er vanaf was. Op
een zaterdag werd de boot opgehaald bij de scheepswerf Akerboom in Leiden
met de Nicolaas Dalmeyer, die fungeerde als sleper zonder moter, roeiend
dus.
De Vrijheid werd in de winter
van 1977 door de loodsen flink onder handen genomen. De polyester-huid
werd van de romp gehaald en daarna weer voorzien van een nieuwe polyesterhuid
in de bedrijfsruimte van Fa. Van de Niet. De temperatuur was wel hoger
dan buiten, maar toch wilde de polyesterlaag niet drogen. Op een aanhanger
werd de boot vervoerd naar een andere opslagruimte, een garagebox onder
één van de torenflats. Na een week uitharden bleek hij nog
niet de gewenste droging te hebben. Daarna ging de Vrijheid naar de opslagruimte
van Fa. de Wit aan de Voorstraat en na een paar maanden was de huid toch
nog goed uitgehard. Met de Vrijheid heeft de stam een paar jaar gezeild
tot het rampzalige moment dat twee loodsgasten tijdens een trektocht bij
Vinkeveen de voorlandvast vast maakten aan het beweegbare brugdeel. De
voorplecht werd in één keer van de romp getrokken. Dit was
het einde van de Vrijheid, ze was niet meer te repareren.
De
Ouwe Raev
In
1977 kon de loodsenstam goedkoop een stalen sloep kopen. Ook bij deze aankoop
speelde Kees Ravensbergen een grote rol. De sloep was een oude reddingssloep,
zonder motor en nog oranje van kleur. Hij werd op een vrachtwagen naar
Katwijk gebracht en met de hulp van de hijskraan van Jan Kuyt aan het Prins
Hendrikkanaal te water gelaten. Ook deze sloep werd roeiend naar het troephuis
gebracht en werd gedoopt met de naam "Ouwe Raev".
Het was de bedoeling om
deze sloep te gaan gebruiken als sleper voor de Katwijkse zeeverkenners,
waarbij de loodsen het beheer en onderhoud hadden. Maar zover was het nog
lang niet. Als belangrijke aanzet om te komen tot realisatie van een sleper
werd ergens een tweedehands dieselmotor versierd. Deze moest eerst helemaal
opgeknapt en gereviseerd worden. Dit gebeurde in een loods van de Leidse
Duinwatermaatschappij. Via de vader van Aad Hortensius konden we naar hartelust
sleutelen aan de motor en proefdraaien. Hiertoe was een speciale uitlaatpijp
van een meter of vier geconstrueerd.
In het voorjaar van 1978
werd de dieselmotor in de sloep geplaatst De eerste drie jaar werd
de sloep gebruikt zonder opbouw. Na deze periode werd het gemis van een
eenvoudige opbouw duidelijk. In eigen beheer en weer met hulp van wat handige
kennissen en vrienden werd gestart met het maken van een opbouw. Dit werd
gedeeltelijk bij het troephuis gedaan en verder op het terrein waar nu
de jachthaven van Rijnsburg is. De Ouwe Raev is vele jaren in de vaart
geweest. Ontelbare keren werd de dieselmotor uit elkaar gehaald, gerepareerd,
en weer in elkaar gezet. Dit werd een routineklus.
Schouw
15
De 15, de Brouwers Aghte,
was toegewezen aan de loodsen, samen met een vlet. Vooral de schouw wordt
door oudere zeeverkenners en loodsen gewaardeerd om zijn zeileigenschappen
met wat meer wind dan gemiddeld.
In
1981 vond een incident plaats tijdens laswerkzaamheden aan de schouw. De
15 lag schuin op z’n kant. Twee loodsen waren bezig de las tussen onderkant
luchtkast en bodem opnieuw te lassen. Er was nog ongeveer drie centimeter
te gaan. En toen gebeurde het……..! Een enorme explosie vond plaats.
De knal was in heel Katwijk aan de Rijn hoorbaar. Gevolg: de schouw had
aan één kant helemaal geen luchtkast meer en er zat een enorme
vouw in de zijkant. Hoe kwam die explosie tot stand??? In de luchtkasten
werd regelmatig afgewerkte olie gedaan om het roesten tegen te gaan. Nu
was er een paar weken geleden ook een restant benzine/diesel in de luchtkast
gedaan. Ondanks het feit dat het mandeksel losgeschroeft was, ontplofte
het mengsel. Dit was door het lassen immers heet geworden. Gelukkig is
het zowel met de 15 als met de twee loodsen weer goed gekomen.
De 15 is gerepareerd bij
het bedrijf Laska (waar nu autosloperij Obdam is gevestigd) met hulp van
de heer Schaap, vader van één van de loodsen. Het resultaat
na een jaar uit de vaart te zijn geweest mocht er wezen. De 15 was weer
als nieuw.
(Zomer)kampen
De
stam organiseerde veel kampen, meestal op de Kaag. Normaal kampeerden de
Katwijkse zeeverkenners op het Boterhuis-eiland. De loodsen daarentegen
kampeerden altijd op de Kogjespolder en waren dan te gast bij boer Joop
en zijn vrouw Agnes. Verder werden de loodsen regelmatig gesignaleerd in
Nieuwkoop, op de Westeinder, de Braassemermeer, de Reeuwijkse
plassen, Loosdrecht, Vinkeveen en de randmeren.
Naast de eigen kampen werd
tijdens zomerkampen van de zeeverkennerstroepen de leiding tijdelijk uitgebreid
met leden van de Strandjuttersstam. Ook bij welpenkampen gingen regelmatig
stamleden mee.
Wapenfeiten:
- Gestart met het organiseren
van roeiwedstrijden voor de Katwijkse zeeverkenners (Ouwe Raev roeiwedstrijden)
- Medeoprichters van de
Bestevaerhorde.
- In 24 uur non-stop, gezeild,
geroeid, gejaagd van Lemmer naar de Tolhuissluizen.
- In de vaart brengen van
de eerste sleper (Ouwe Raev) voor de Katwijkse zeeverkenners.
- Medeorganisatie van een
actiedag (rad van avontuur, rommelmarkt, boekenverkoop, enz.) in wijkgebouw
De Wiek voor het nieuwe troephuis
- Medeorganiseren van diverse
sponsorlopen ten bate van het nieuwe troephuis.
- Medeorganisatoren van
het loodsenwerkkamp NAWAKA1976 in Vinkeveen.
In 1983 werd de loodsenstam opgeheven. In de plaats hiervoor kwam een Wilde Vaert afdeling.
De Wilde Vaert is een speltak
binnen scouting voor jongeren vanaf 16 jaar tot ongeveer 19 jaar. Het programma
moeten zij zelf invullen. In 1983 namen zij deel aan allerlei roeiwedstrijden
die door Scouting georganiseerd werden en ze hebben op dit gebied vele
prijzen gewonnen.
In de jaren negentig hielden
ze zich veel bezig met het pionieren van allerlei objecten. Jaarlijks hadden
zij veel bekijks tijdens de gondeltocht, georganiseerd door de Oranjevereniging.
Hierbij voeren hele bouwwerken met wel zes vletten aan elkaar, compleet
met kampvuren, voorbij. Ook hebben zij in 1995 meegedaan met het organiseren
van een grote survival-activiteit voor de jeugd ter ere van 50 jaar bevrijding,
in samenwerking met de welzijnsorganisatie Kubus 85. De Wilde Vaert zorgde
voor de touwbruggen, buikschuiven, tokkelbaan en materialen.
Anno 2005 bestaat de Wilde
Vaert nog steeds en is een kweekvijver voor nieuwe leidingsleden voor de
verschillende wachten.
Leden, 1983-1987:
| Douwe de Jong
Jan Hoekman Martin Ouwehand Tjebbe Witteveen Arie Hartevelt Robert van der Plas Jan van der Plas Wim van Rijn Hanne Houwaard Hans Stol |
Colin van Dijn
Marcel van Duijn Patrick Grundmann Eduard Lachi Bram Houwaard Hans Kuijt Robert Zandbergen Marcel Koelewijn Maarten Verdoes Arnaldo Lachi |
Jaap Bergman
Ben Klok Tjebbe Witteveen Jaco Kuyt Dick Elsgeest Marcel Grundmann Jan Durieux Kees Verdoes Joannes Lachi |